Het Veldje
1893-1900
In de zogenaamde oer-geschiedenis van Ajax, nog voor de officiele oprichting in 1900, speelde de club op een veld aan het eind van de Overtoom in de Gemeente Nieuwer Amstel. Een gebied dat destijds buiten de stadsgrenzen van Amsterdam lag en in 1881 was aangewezen als verlengstuk van het Vondelpark.
Voor vijftien gulden mocht er een half jaar op een weiland worden gespeeld. De precieze veldafmetingen waren nog niet bekend en lagen elke wedstrijd weer anders. Het gebeurde wel eens dat hoekschoppen vanaf de stoep werden genomen.

Clubkaart uit 1894
Er is verder weinig bekend van de resultaten van deze sympathieke vriendenclub. De competitie bleef beperkt tot wedstrijden met stadsgenoten. Wel weten we dat de kleuren rood – wit al vroeg na de oprichting in het shirt werden gebruikt en “fair play” hoog in het vaandel stond. Er bestond een reglement waarin de Ajacieden ‘eerlijk spel’ en ‘discipline’ werd voorgeschreven; voor te laat komen of vloeken op het veld werd je bestraft met een dubbeltje.
In 1896 zet de Gemeente Amsterdam dan toch haar bouwplannen door. Het voetbalveld wordt binnen de Gemeentegrenzen betrokken en de spelers zochten elders hun heil. Ajax was op sterven na dood.
Amsterdam Noord
1900-1907
De ambitieuze plannen van Floris Stempel en Han Dade, twee Ajacieden van het eerste uur, worden niet gereflecteerd in de lokatie waar Ajax haar wedstrijden ging spelen.
Er was aan het eind van de 19e eeuw een groot gebrek aan voetbalvelden in Amsterdam. Ajax speelde in zijn beginperiode temidden tussen de boerenvelden in de Buiksloterham, Amsterdam Noord.

Amsterdam Noord
Niet alleen voor de spelers was dit een handicap. Ook voor de kleine, doch trouwe aanhang was het soms een hele onderneming om hin jongens te ondersteunen. Je had er een tocht met de kettingpont en een flinke wandeling van een kwartier voor nodig om het te bereiken. Wel stond er een schuur die diende als kleedkamer, een ongekende luxe in die tijd.
De verre ligging van de velden ergerden de spelers teveel en een jaar later verhuisde Ajax naar een veld op 5 minuten lopen van de pont. Toch behaalden ze twee maal de tweede plaats de eerste twee seizoenen.
Het Houten Stadion
1907-1934
De totstandkoming van het eerste echte voetbalstadion voor Ajax was eigenlijk noodgedwongen. Plannen voor woningbouw op het veldje in Noord verplichtte Ajax in de zomer van 1907 uit te kijken naar een nieuwe lokatie.
Er werden twee velden gevonden aan de Middenweg ter hoogte van het huidige Christiaan Huygensplein in de Gemeente Watergraafsmeer. Wederom midden in de polder. Er zijn geen tribunes, geen kleedgelegenheid en geen waterleiding, maar het lag wel dichter bij de stad en er was ruimte voor bijvelden. Als verkleedruimte werd het café Brokelmann aan de overkant van de weg gebruikt. Kortom, een ideale locatie.
Het Houten Stadion
Op deze locatie werden voor het eerst in de Ajax-geschiedenis echte tribunes gebouwd. Bij de promotie naar de eerste divisie in 1911 verrees er aan de lange zijde van het veld een overdekte en aan de korte zijde een staantribune.
Het ‘Houten stadion’, zoals deze in de volksmond werd genoemd, werd een plek waar je gezien wilde worden. Voor de hoofdtribune lag een brede promenade waar optochten en andere festiviteiten werden gehouden.
Het uiterlijk van het stadion werd in 1916 nog eens ingrijpend veranderd. De voorzitter van Ajax, zakenman Wim Eggerman, liet langs de andere zijden nog twee tribunes bouwen.
Toch bleek het houten stadion op de lange duur te klein. In de ‘Gouden Eeuw’ van Ajax, begin jaren dertig, werden vier landstitels op rij gewonnen en het aantal toeschouwers nam per wedstrijd toe.
In de laatste competitiewedstrijd in het stadion tegen Feyenoord op 11 november 1934 konden zelfs geen corners meer worden genomen. De 15.000 toeschouwers stonden elkaar langs te lijn te verdringen.
De Meer
1934-1996
De waarde van een voetbalstadion wordt niet bepaald door de bouwkosten doch door het elftal dat er in speelt “. Met deze gedachte toog het bestuur aan het werk voor de plannen van de bouw van het tweede Ajax-stadion. Het zou de nieuwe thuisbasis worden van waaruit Ajax 62 jaar lang opereerde.
‘De Meer’, zoals dit Ajax-stadion al snel heette, werd de thuisbasis van legendarische voetballers als Piet van Reenen, Wim Anderiessen, Rinus Michels, Sjaak Swart, Henk Groot, Johan Cruijff, Piet Keizer, Marco van Basten en talloze anderen gebouwd aan de wereldreputatie van Ajax.
De Meer
Wederom waren het de successen van de club en druk van buitenaf redenen om te verhuizen. Niet alleen hadden de successen in de eerste ‘gouden eeuw’ van Ajax de aantallen toeschouwers omhooggestuwd, maar ook de jaarlijkse reparatiekosten aan de overdekte houten tribune, drukten behoorlijk op de verenigingskas. Daarnaast wilde de Gemeente Amsterdam bouwen in de geannexeerde gemeente Watergraafsmeer.
Het bestuur liet het oog vallen op de plek waar de hoeve Voorland lag aan de Middenweg tegenover Betondorp. Niet ver van de oude lokatie. De architect voor het stadion werd in eigen gelederen gevonden. Ajax-lid en architect Daan Roodenburgh kreeg van voorzitter Koolhaas de opdracht om een ‘knus Ajax-huis’ te ontwerpen. Wel met de beperking dat het geheel niet meer dan 300.000 gulden mocht kosten. Er heersde tenslotte een internationale economische crisis en het nieuwe stadion moest geheel uit de eigen clubkas worden bekostigd. Zelfs de spelers betaalden mee.
Foto: Louis van de Vuurst
Het nieuwe Ajax-stadion werd geopend op 9 december 1934 met een vriendschappelijke wedstrijd tegen het (thans niet meer bestaande) Stade Francais uit Parijs, Ajax wint met 5-1. De Amsterdamse wethouder Dr. I. H. J. Vos kon een vooruitziende blik niet ontzegd worden. In zijn openingspeech zei hij:
Amsterdam heeft zich ( … ) alle moeite gegeven om, in samenwerking met den voortreffelijken bouwmeester (Daan Roodenburgh, red.), van deze voetbal-arena een uitnemend geheel tot stand te brengen”.
Het nieuwe stadion was dan ook indrukwekkend. Bij de bouw werd wel nog van lichtmasten afgezien, deze kwamen pas in 1971, maar wel was er een overdekte sportzaal voor bij slecht weer. Een unicum destijds. De capaciteit werd in de loop der jaren uitgebreid van 22.000 naar 29.500 toeschouwers. .
Net als het houten Ajax-stadion is er ook aan ‘de Meer’nog heel wat gesleuteld. In 1965 werd de zittribune tegenover de eretribune overkapt en kreeg deze de naam Reynoldsttribune, ter ere van de legendarische trainer Jack Reynolds die vijfentwintig jaar in Ajax-dienst was. In 1968 werd het Ajax-restaurant gebouwd. Dit ging ten koste van het plantsoen dat voor de hoofdingang lag. In 1985 kregen ook de laatste onoverdekte plaatsen bij Ajax, de beide staantribunes, een overkapping. Een jaar later werden de eerste skyboxen in Nederland geplaatst ten behoeve van de sponsors en meer draagkrachtige bezoekers. Tenslotte kreeg in 1988 de perstribune een facelift en werd de hoofdtribune in 1989 omgedoopt in de Jaap van Praagtribune ter herinnering aan de een jaar eerder overleden erevoorzitter.
Foto: AFC Ajax
Eind jaren tachtig was Ajax de “huiskamer voor de club” ontgroeid. Het werd publieksonvriendelijk. Het toenemende vandalisme tijdens voetbalwedstrijden in Nederland dwong de club ertoe om vele veiligheidsmaatregelen te nemen die het er niet gezelliger op maakten. De UEFA schreef daarnaast voor dat stadions na 2000 geen staanplaatsen meer mochten hebben. Al met al zou de Meer te klein geworden zijn voor de grote schare supporters.
Het deed velen pijn om afscheid te nemen van de plek waar zoveel legendarische voetballers hebben gespeeld en historische wedstrijden werden gestreden.
Olympisch Stadion
1930-1996
Het Olympisch Stadion heeft in de geschiedenis van AFC Ajax een belangrijke rol gespeeld. Het werd tot aan de bouw van de Arena als uitvalsbasis voor stadion ‘de Meer’ gebruikt wanneer er meer dan 20.000 toeschouwers werden verwacht of wanneer bij kunstlicht moest worden gespeeld. Alhoewel het niet was opgezet als voetbalstadion en nooit officieel in bezit is geweest van de club speelde Ajax in het Olympisch Stadion veel belangrijke wedstrijden. Velen koesteren dan ook de zoete herinneringen aan deze betonnen kolos.

Olympisch stadion
Het had niet veel gescheeld of Amsterdam zou de eerste stad in de wereld zijn geweest die haar Olympisch Stadion zou hebben gesloopt. De gemeente had verregaande plannen voor woningbouw, maar door een jarenlange lobby kon eind 1996 afbraak worden voorkomen. Het stadion wordt teruggebracht naar haar oorspronkelijke staat uit 1928. Hiermee blijft voor Amsterdam en Ajax gelukkig een uniek stukje geschiedenis bewaard.
De Gemeente Amsterdam werd in 1921 aangewezen om de Spelen te organiseren en gaf architect Jan Wils de opdracht om een nieuw stadion te bouwen. De hoofdstad had al sinds 1914 een volwaardig stadion binnen haar grenzen dat ruimte bood aan 24.700 mensen, maar ongeschikt was voor de Olympiade doordat er geen atletiekbaan was. Dit stadion in Amsterdam-Zuid was de vaste thuisbasis van voetbalvereniging Blauw Wit. Het werd sporadisch door Ajax gebruikt voor belangrijke wedstrijden, zoals de promotiewedstrijden van 1916.
Op 28 juli 1928 traden 3014 deelnemers uit 46 landen aan voor de negende Olympiade in de moderne tijd. Vooral de voetbalwedstrijden waren populair. Het kwam niet vaak voor dat zoveel landenteams waren verenigd en de eerste tekenen van Oranje-gekte doemden op. Duizenden mensen lagen ’s nachts voor de deur van de Nederlandse Handelsmaatschappij om in de voorverkoop kaartjes te bemachtigen voor het duel tussen Nederland en wereldkampioen Uruguay. Oranje werd echter met 2-0 door de latere kampioen uitgeschakeld.
Het Olympisch Stadion werd in 1937 flink uitgebreid. Met de bouw van de Kuip in Rotterdam (capaciteit 60.000 bezoekers) had het Olympisch Stadion er een concurrent bijgekregen. Er werden twee betonnen ringen gebouwd, waardoor de capaciteit werd opgevoerd van 34.000 naar 64.000. Na de Spelen kreeg het Olympisch Stadion een multi-functioneel karakter. Met regelmaat vonden er atletiek-, rugby-, hockey-, speedway-, hockey- en wielerwedstrijden plaats. In 1954 startte zelfs de Tour de France er, voor het eerst in de historie buiten Frankrijk. In 1933 vierde Koningin Wilhelmina haar 35ste Jubilieum, de verloving van Prinses.Juliana en Prins Bernhard werd er aangekondigd en de jaarlijks gehouden Olympische dagen waren erg populair.
Hoe dan ook, voetbal bleef publiekstreffer nummer een in het Olympisch Stadion. Blauw Wit werd de vaste bespeler nadat het oude stadion aan de overkant van de weg werd in 1919 afgebroken. Verder werd het Olympisch Stadion vooral gebruikt voor interlands, Europese wedstrijden en de belangrijke wedstrijden van Ajax. Ajax had al te kennen gegeven niet te willen verhuizen want het Houten stadion in de Watergraafsmeer voldeed toen nog aan alle eisen. Daarnaast kreeg Ajax in 1934 met ‘de Meer” haar eigen stadion. Toch had Ajax twee belangrijke redenen om naar het Olympisch Stadion uit te wijken.
De eerste reden had te maken met het aantal verwachte toeschouwers. De Meer was in 1934 berekend op een gemiddelde competitiewedstrijd. De kans dat er meer dan 20.000 bezoekers waren te verwachten was tenslotte in de jaren dertig niet erg groot. Tot aan de invoering van het betaald voetbal in 1954 maakte Ajax slechts sporadisch gebruik van het Olympisch Stadion . De eerste wedstrijd waarvoor Ajax moest uitwijken naar het Olympisch Stadion was in de kampioenscompetitie op 9 maart 1930 waarin Velocitas met 8-0 klop kreeg. Pas met de invoering van de Europa Cup speelde Ajax er regelmatig.
De tweede belangrijke reden voor Ajax om in het Olympisch Stadion te spelen had een technische achtergrond. Bij de bouw van de Meer in 1934 was er geen lichtinstallatie aangelegd, want er werd tenslotte nog niet vaak ’s avonds gespeeld. Het Olympisch Stadion had vanaf 1934 wel een permanente installatie. Op 23 oktober 1929 had Amsterdam zelfs een Europese primeur. Philips had van het Amsterdamse vervoersbedrijf tramleidingen geleend en op vijftien meter dwars boven het veld gehangen. Wonder boven wonder raakte de bal geen enkele keer een van de 64 lampen. De Meer kreeg pas in 1971 een lichtinstallatie en minder belangrijke Europese wedstrijden van Ajax werden thuis gespeeld.
De planning voor de wedstrijden van Ajax in het Olympisch Stadion bleek niet altijd zonder problemen. Met de invoering van het betaald voetbal kreeg het stadion namelijk twee vaste bespelers, BVC Amsterdam (later DWS) en Blauw Wit (gefuseerd in FC Amsterdam in 1972). Zij speelden tot aan 1977 wekelijks twee wedstrijden. Door de aanwezigheid van vele topclubs in Amsterdam werd de een na de andere derby gespeeld. De belangstelling voor deze wedstrijden was zo groot dat in de jaren zestig ook de thuiswedstrijden van Ajax in het Olympisch Stadion werden gehouden.
De meest gedenkwaardige Europese wedstrijd van Ajax in het Olympisch Stadion is wel de achtste finale van de Europa Cup I tussen Ajax en Liverpool in 1966. In een zeer mistig stadion zag scheidsrechter Sbardella nog net beide doelen en achtte het niet nodig de wedstrijd te staken. Ajax won met doelpunten Henk Groot en twee treffers van Cees de Wolf, die voor de geblesseerde Piet Keizer inviel.
Tijdens de return op Anfield Road in Liverpool scoorde Cruijff twee keer (2-2) en was de voorsprong geen moment in gevaar. Uiteindelijk was de teleurstelling groot toen in de kwartfinale van Dukla Praag, na een 1-1 gelijkspel thuis, met 2-1 werd verloren.
Amsterdam ArenA
Wie ooit in het San Siro stadion in Milaan is geweest, of Nou Camp in Barcelona, kent het overweldigende gevoel van een voetbaltempel. De unieke mix van imposante architectuur, zinderende sfeer en oogstrelend voetbal. Dit gevoel overvalt je ook wanneer je de Amsterdam Arena nadert. Sinds 1996 speelt AFC Ajax haar thuiswedstrijden in een van de modernste stadions ter wereld.

Foto: De ArenA
Ajax speelde de openingswedstrijd op 14 augustus 1996 tegen AC Milan en verloor met 0-3. Kiki Musampa maakte het eerste doelpunt voor Ajax in de Arena 22 september 1996 tegen NAC.
Als het stadion helemaal vol zit, zijn er 51.324 bezoekers. Enkele leuke feitjes. Er hangen twee video scoreborden, er is een televisie studio, er zijn diverse restaurants en vergaderruimtes, 65 ingangen voor het stadion, 59 ingangen voor de tribunes en 50 verkooppunten voor eten en drinken.
Met dank aan Ajax.nl

